De geschiedenis van Schaakclub Van der Linde

Schaakclub Van der Linde is opgericht op 4 oktober 1874 in Winschoten. Daarmee is Van der Linde een van de oudste nog actieve schaakverenigingen van Nederland. Vanwege de lange geschiedenis van de vereniging is het de moeite waard een aantal interessante momenten daaruit hier te belichten.

De vereniging beschikt niet meer over een volledig archief. Het archief is vanaf circa 1948 nog wel volledig, van de periode daarvoor (1874 – 1948) is het materiaal fragmentarischer. Wij hebben de volgende capita selecta voor u samengesteld.

Bron voor de informatie van vóór 1950 is het gestencilde boekwerkje “Van Vroeger” uit het archief van Van der Linde. Dit boekje is in 1974 bij het honderdjarig bestaan van Van der Linde als bijzonder exemplaar van het toenmalige clubblad uitgegeven en binnen de club verspreid. De auteur is H.Kiewiet, jarenlang bestuurslid van Van der Linde. Kiewiet meldt dat veel informatie is ontleend aan het artikel “Het Nederlandse Schaakverenigingsleven in de 19e eeuw” van Dr. M. Niemeyer dat in 1939 verscheen in het Tijdschrift van den Koninklijken Nederlandschen Schaakbond. Alle informatie die aan dit boekje “Van Vroeger” is ontleend is gecursiveerd weergegeven.



De oprichting van de vereniging

“Van Vroeger”: S.C. Van der Linde, volgens Dr. Niemeyer

Het lot van deze schaakclub is zeer bewogen geweest. Het bleek echter heel moeilijk een chronologisch overzicht van de lotgevallen van “v.d. Linde” samen te stellen, aangezien de vereniging geruime tijd een winterslaap was ingegaan en daaruit later weer is ontwaakt. Wat ik ervan kan vertellen dank ik aan mededelingen van Mr. J.D. Treslong (zoon van de oprichter van “v.d. Linde”), de toenmalige secretaris A. Derks (verschillende van onze leden hebben Derks nog meegemaakt), benevens aan hier en daar in schaakperiodieken en elders verspreide berichten, waarin ik in het bijzonder een artikel releveer van de hand van de heer I. Koopmans in de Winschoter Courant en de Nieuwe Winschoter Courant van 6 oktober 1936.

De schaakclub “v.d. Linde” werd in oktober 1874 opgericht op voorstel van Dr. Th. Haakma Treslong, geneesheer te Winschoten, die er steeds de ziel van is geweest. Aanvankelijk had de club geen naam. Op een op 25 september 1875 gehouden ledenvergadering werd echter besloten aan Dr. A. v.d. Linde, een bekende Nederlandse schaakhistoricus, te verzoeken ermede accoord te willen gaan, dat de club naar hem werd genoemd en tevens het “peterschap” te willen aanvaarden.

Opmerkelijk is tot slot dat de naam van Haaksma Treslong en van J.D. Treslong in “van Vroeger” steeds als Treslong wordt weergegeven, terwijl uit allerlei andere bronnen blijkt dat de correcte naam Tresling is geweest. In de citaten uit “Van Vroeger” handhaven we deze kennelijk systematische typfout.

* * * * *
Over de oprichting van de club valt verder interessante informatie te vinden in het proefschrift van H.J.G.M. Scholten “Het loopt ongenadiglijk mat”. Het schaakleven in Nederland in de negentiende eeuw. De sociaal-culturele achtergrond van het ontstaan van schaakverenigingen, KUB Tilburg 1999. Dit cultuur-historische proefschrift geeft een beschrijving en verklaring van de ontwikkeling van schaakverenigingen met name in de negentiende eeuw (daarvoor bestonden feitelijk geen schaakverenigingen, de allereerste clubs ontstonden eind achttiende eeuw in Londen en Berlijn). Scholten ziet de ontwikkeling van schaakverenigingen als een aspect van verstedelijking, en daarmee als een aspect van verburgerlijking en modernisering.

Scholten beschrijft op pag. 218-221 de oprichting van Van der Linde in Winschoten.

 

Terug naar boven


De naamgever van de vereniging: Dr. A. van der Linde

In september 1875 was dus besloten Dr. A. v.d. Linde de naam en het “peterschap” van de vereniging aan te bieden. De reactie van Van der Linde wordt dan als volgt beschreven:

“Van Vroeger”: Voorts werd Dr. Van der Linde het erelidmaatschap van de vereniging aangeboden. De geleerde doktor aanvaardde zowel het peterschap als het erelidmaatschap met grote ingenomenheid en daar, zoals hij zelf in “De Schaakwereld” (Wijk bij Duurstede, 1875) mededeelt, naar oud en goed gebruik een peter niet met lege handen mocht verschijnen, schonk Dr. v.d. Linde aan de jonge vereniging een 40 á 50 tal schaakwerken, welke de grondslag vormden van de schaakboekerij van de Schaakclub Van der Linde, waarvan een catalogus tegelijk met een reglement van de club in 1880 is verschenen.

De boekerij, welke o.a. de standaardwerken van Dr. v.d. Linde bevatte, is helaas spoorloos verdwenen, evenals een groot portret van Dr. v.d. Linde, dat jarenlang in het vergaderlokaal van de vereniging in “de Harmonie” (het vroegere belastingkantoor op het Bosplein) te Winschoten heeft geprijkt. (Van de hier bedoelde bibliotheek zijn de boeken bij het eerste stopzetten van de vereniging onder de toenmalige leden verdeeld. Een paar ervan zijn nog teruggevonden, o.a. bij de heer Talsma, die ze waarschijnlijk van apotheker Boerma heeft gehad. Ook ds. Van Royen en Berends in de Langestraat bezitten nog enige exemplaren. Het portret, een groot ovaal portret, heeft nog in mijn tijd gehangen in een onzer clublokalen, Café Roest. Een afdruk hiervan stond nog in de Haagse Post bij een ingezonden stuk van de schaker Ree.)

Portet van dr. A. van der Linde.
Bron: Joachim Petzold Schach. Eine kulturgeschichte. Edition Leipzig 1986, pag. 10.
 

* * * * *
Joachim Petzold noemt in Schach. Eine kulturgeschichte Antonius van der Linde een kritische schaakhistoricus die uitging van een wetenschappelijk-positivistische houding, van waaruit hij allerlei fabels en mythes over oorsprong en geschiedenis van het schaakspel heeft doorgeprikt. Dat is al eerder zo gesteld in een in “Van Vroeger” geciteerde Nederlandse bron, die echter over de persoon van Van der Linde aanzienlijk kritischer is:

“Van Vroeger”: Uit het tijdschrift van de Nederlandse Schaakbond, no. 23, Februari-Maart 1942

“De betekenis van schaakliteratuur voor den werkelijken schaakliefhebber”

Iets over onze peetvader: Prof. dr. A. van der Linde als schaakliterator

Als een lichtende ster van eerste grootte moet op het gebied der schaakhistorie worden genoemd de Hollandsche professor aan een der Duitsche universiteiten, “dr. Antonius van der Linde”. Deze heeft buitengewoon werk verricht op het terrein der schaakgeschiedvorsching. Al het werk van anderen verzinkt, als men aan het vergelijken gaat, in niet bij den machtigen schat van kennis en materiaal, die door dezen Nederlandschen geleerde is geleverd. Stellig hebben anderen na hem het door van der Linde verzamelde materiaal aangevuld, en anders gerangschikt, maar het is Van der Linde geweest, die sterk, hecht en zuiver wetenschappelijk het fundament heeft gelegd voor de studie der schaakhistorie.

De figuur van Van der Linde is trouwens een behandeling ten volle waard. Deze persoonlijkheid bergde twee ganschelijk diametrale naturen in zich. Hij was, waar het zijn wetenschappelijke onderzoekingen betrof, objectief; waar het zijn prestaties als schaakspeler en al medeleider van het Nederlandsche schaakleven gold, was hij in hooge mate subjectief; als schaakspeler was hij middelmatig, als schaakpublicist buiten het wetenschappelijke, partijdig: als polemist onverdragelijk en grof. De strijd, die in en rondom zijn schaakblad “De schaakwereld” werd gevoerd, was uitermate ongeschikt voor het populariseren van het schaak als beschrijvingsfactor. Van der Linde’s voornaamste werken zijn:

  1. Geschichte und Literatur des Schachspiels (twee lijvige deelen)
  2. Das Schachspiel des 16ten Jahrhunderts;
  3. Die Schachpartien von Greco;
  4. De Kerkvaders der schaakgemeente;
  5. Het schaakspel in Nederland;
  6. Leerboek van het schaakspel.

 

 

* * * * *
 

Ook op Wikipedia wordt Van der Linde allereerst beschreven als een belangrijk schaakhistoricus. Daarnaast geeft het Wikipedia-lemma enige informatie over karakter en levensloop van Van der Linde.

In verband met zijn werk als schaakhistoricus staat ook het feit dat Van der Linde de grondlegger is van een belangrijke schaakbibliotheek, die samen met de schaakbibliotheek van de twintigste-eeuwse Meindert Niemeijer (de auteur van het in “Van Vroeger” geciteerde artikel “Het Nederlandse Schaakverenigingsleven in de 19e eeuw” uit 1939) is samengevoegd tot één grote schaakbibliotheek in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek (KB) te Den Haag. Op Wikipedia en op de website van de KB staat ook een ander, wilder en romantischer portret van Van der Linde; op die foto lijkt hij een beetje op de bebaarde Johannes Brahms.

* * * * *
Terug naar boven


De Groninger schaakverenigingen aan het einde van de negentiende eeuw

 

In de tijd tussen 1850-1900 waren er ongeveer 200 schaakclubs in Nederland, waarvan een 30-tal in de provincie Groningen. Hieronder volgen de Groningse clubs in alfabetische volgorde met erachter de tijd van hun oprichting. Opmerkelijk is dat er vanaf 1860 een haast explosieve toename van schaakverenigingen plaatsvindt. (Dat komt overeen met de door Scholten in zijn bovengenoemde proefschrift op pag. 130-131 gesignaleerde trend in heel Nederland.)
Overigens zijn de meeste verenigingen die in deze tabel staan allang ter ziele. De oudste nog actieve verenigingen zijn Staunton (opgericht 1871) en Van der Linde (1874).

Plaats Naam vereniging Datum / jaar van oprichting
Appingedam Appingedamsche Schaakvereniging 1-11-1893
Baflo Baflo 1878, opnieuw opgericht in 1894
Beerta Beerta 1878
Beerta Ontwikkeling 1884
Bellingwolde Bellingwolde 1878 (1879 opgeheven, later weer opgericht)
Ten Boer …(?) 1878
Ezinge …(?) 1883
Groningen Morphy 1898
Groningen Philidor (studenten) 1861
Groningen Het Groningsch Schaakgemeenschap november 1860
Groningen Studentenschaakgezelschap De Schaakclub 1864
Groningen Staunton 27-11-1871
Groningen Carré 1878
Groningen Ludendo Studemus 1883
Groningen Damesschaakvereeniging 1898
Hoogezand Tschigorin 1891
Meeden Anderssen 1879
Nieuwolda Nieuwolda 1880
Nieuwolda Schaakclub ’t Waar 1898
Ulrum Voorwaarts 1878
Ulrum De Marne 13-8-1883
Veendam Schaakclub Veendam 11-8-1883
Warfum De Warfumer Schaakclub 1885
Winschoten Van der Linde oktober 1874
Winschoten Van ’t Kruys 1886
Winsum Friso 1863, opnieuw opgericht 18-2-1880
Zuidbroek …(?) 1877
Zuidhorn Schaakclub Zuidhorn 1-11-1882 (ontbonden in 1885)

 

Terug naar boven


Het Winschoter schaakleven tussen 1875 en 1900

1. De vereniging

“Van Vroeger”: In 1878 was Dr. Haakma Treslong president, M.L. Dikema secretaris-penningmeester en J. Lubbers bibliothecaris. Tot de leden behoorde de sterke schaakspeler L. Benima. De club speelde verscheidene correspondentie-partijen, o.a. één tegen Kopenhagen in 1877/1878, welke partij in remise eindigde, doch, naar later bleek, door Van der Linde had kunnen worden gewonnen. In 1884 werden de vergaderingen van Van der Linde in “de Harmonie” geschorst, daar van het grote aantal leden van de vereniging (25) slechts enkele geregeld de bijeenkomsten bezochten. Een jaar later werd onder leiding van L. Benima een nieuwe schaakclub in Winschoten opgericht, waarvan de leden vergaderden in Café “Tivoli”. Hieraan werd de naam Schaakclub “Van ’t Kruys” gegeven.

Gelukkig wisten Dr. Haakma Treslong en L. Zuidema evenwel het oude Van der Linde omstreeks 1889 weer nieuw leven in te blazen. Al spoedig kwam een groepje schaakliefhebbers weer trouw elke donderdag in de “Harmonie” bijeen om een partijtje schaak te spelen. Het waren o.a. de beide Treslongs, L. Benima, H. Behrens, landmeter Bos, I. Koopmans, apotheker Boerma en L. Zuidema (welke laatste onze club nog een stel prachtige schaakstukken heeft vermaakt). Na het overlijden van Dr. Th. Haakma Treslong in 1907 is Van der Linde weer een tijdje van het toneel verdwenen.

* * * * *
Over de afsplitsing schrijft Scholten in zijn proefschrift (pag. 219):
“De leden van de afsplitsing waren, voor zover valt na te gaan, de joden en leden van de mingegoede burgerij. Opmerkelijk is de aanwezigheid van de advocaat en zeer sterke schaker J.D.Tresling, maar dat lijkt te maken te hebben met het vertrek van de eveneens zeer sterke, joodse schaker L.Benima naar Van ’t Kruijs. Men kan vermoeden dat een stands- en/of geloofsverschil de reden voor de breuk is geweest.”

De ledenlijst van Van der Linde in 1886 is als volgt:
Dr.A.van der Linde te Wiesbaden, peter en erelid
J.J.Cannegieter te Hallum
J.F.A.Aug, later te Deventer, buitengewoon lid
J.Lubberts Mulder te Noord-Amerika, buitengewoon lid
M.Dikema te Amsterdam, buitengewoon lid
Dr.F.Haaksma Tresling, president
L.Lindema, bibliothecaris
S.Detmers, thesaurier
K.G.Groeneveld
K.Goeman Pott

De ledenlijst van Van ’t Kruys in 1886 is als volgt:
L.Benima, voorzitter
A.Woldendorp, penningm.
A.Frankforter, secr.
Abrah.Benima
F.A.Benima
B.L.Benima
J.D.Tresling
M.van Berg
F.Woldendorp
C.Funt

E.Giezen
Boerssema

 

2. Bestuurlijke initiatieven

“Van Vroeger”: In 1873 riep de Schaakclub “Discendo Discimus” uit Den Haag, welke club ook vele nationale wedstrijden regelde, de verschillende Schaakgenootschappen op tot beraadslaging over het oprichten van een Nederlandschen Schaakbond. Deze bijeenkomst vond 23 mei 1873 plaats en daar werd “De Nederlandse Schaakbond” met een aantal van bijna 100 leden, waaronder 2 dames, “geconstitueerd”.

Tezelfdertijd floreerde in het noorden van ons land het “Noordelijk Schaakbond”, eertijds het “Provinciaal Groninger Schaakbond” geheten. De geschiedenis hiervan is minder bekend dan die van de Nederlandse Schaakbond, daar we in hoofdzaak zijn aangewezen op de door de Noordelijke Bond uitgegeven schaakkalenders, die niet in de handel zijn gebracht en waarvan de oplaag zeer beperkt was. “Het Provincaiaal Groninger Schaakbond” heeft zijn ontstaan te danken aan een ingekomen stuk in de Provinciale Groninger Courant in het voorjaar van 1876, met het oogmerk tot de aaneensluiting van de Noordelijke schakers te komen. (De inzender is onbekend.)

Het uitgestrooide zaadkorreltje schoot wortel, want het ingekomen stuk werd gevolgd door een van Van der Linde uitgaande oproeping tot een bijeenkomst, welke 9 juli 1876 te Slochteren werd gehouden. Daar werden plannen uitgebroed welke 15 oktober 1876 te Groningen werden verwezenlijkt: op die datum werd “Het Provinciaal Groninger Schaakbond” opgericht.

Het ligt voor de hand, dat het bestuur van de “Nederlandse Schaakbond” heeft gepoogd z’n jongere broeder in het noorden tot aansluiting te bewegen, want de noordelijke bond telde bij zijn oprichting niet minder dan 50 leden. Dat lukte echter niet ineens – het provincialisme is in ons land nu eenmaal sterk ontwikkeld. De schakers uit het noorden gevoelden er meer voor geheel zelfstandig te blijven en de Groningers zagen zelfs kans hun bond uit breiden tot Friesland en Drente: Op 28 mei 1880 werd “Het provinciaal Groninger Schaakbond” herdoopt in “Het Noordelijk Schaakbond”, NOSBO. Herhaaldelijk zijn nog pogingen tot vereniging van de 2 schaakbonden aangewend, maar tot een fusie is het evenwel niet gekomen. In 1887 is, toen de eerst zo ijverige secretaris, R. Heeren, zijn belangstelling voor “Het Noordelijke Schaakbond” begon te verliezen, is de belangstelling minder geworden en is de bond voor een tijdje ingeslapen.

Hoe het toen verder met de Nosbo is gegaan weet ik niet, maar dat is wel te vinden in de oude notulen van de Nosbo. Het gaat hier echter om onze club, Van der Linde.

 

3. Fin de siècle

“Van Vroeger”: Toen in 1879, na het bestaan van één jaar het tijdschrift “De Schaakwereld” onder leiding van Dr. A. van der Linde, weer werd opgedoekt, zat de Schaakbond daarmee bijna 20 jaar zonder tijdschrift, tot men in 1893 tenslotte zelf tot een uitgave van een maandblad kwam. Het Nederlandse schaakleven werd in de eerste vijftien jaar van het bestaan van de bond beheerst door een klein groepje heren, voor een groot deel reeds van middelbare leeftijd (dat wilde toen zeggen: tegen de zestig), “De hegemonie der Nestors” zoals het later is genoemd.

In 1906 beschrijft Dr. J.D. Treslong (Winschoten) de sfeer van die dagen, als hij vertelt hoe hij als relatief jong broekje in 1887 de srijd aanbond met de geduchte Messemaker, voor hem een incarnatie van het Neerlandse schaakleven, een naam in één adem te noemen met giganten als Van ’t Kruys, Benima (Winschoten) en Penido.
Daarbij kwam, dat een groepje stafoude, sneeuwwitte heren om ons schaaktafeltje gingen zitten; hun ogen zagen mij goedig aan. Tevens medelijdend en met een zacht verwijt, dat ik het waagde mij met den ervaren strijder te meten. En nauwelijks waren we begonnen te spelen of mijn tegenstander tastte in de zak en haalde er een zilveren snuifdoos uit. Een snuifdoos! Een trofee van een 35 jaren te voren gehouden schaakwedstrijd te Nijmegen… Hoe de partij verder verliep staat er niet bij.

 

4. Het schaken zelf

“Van Vroeger”: Van een oud-lid van “Van der Linde”, de heer Mr. J.D. Treslong (zoon van Dr. Treslong)

Over de eerste club “Van der Linde” nog graag een paar bijzonderheden. Bij de oprichting bleken er heel wat liefhebbers te zijn, maar al spoedig bleef er slechts een kern van de beoefenaards van het spel over, bestaande uit de heren dr. Treslong, L. Zuidema, U. Dikema (rector), dr. Oversloot (conrector van het gymn.), L. Benima en enkele anderen.

Van der Linde was een paar maal de gastvrouw op de landdagen van de Groninger Schaakbond, die later de Noordelijke Schaakbond werd, omvattende de drie Noordelijke provincies en onstaan uit de behoefte aan meer schaakleven dan de Nederlandse Schaakbond gaf, welks enig levensteken bestond in een jaarlijkse wedstrijd en een jaarboekje. In 1896 heeft deze schaakbond een schaakdag te Winschoten gehouden, waartoe onze schaakclub haar medeweking verleende.
Van der Linde heeft verscheidene correspondentie-partijen gespeeld in de periode van 1876-1885, o.a. twee tegen Deventer (Pallas), twee tegen Leeuwarden (Philidor), één tegen Groningen (Staunton) en één tegen Kopenhagen. Ze verloor geen dezer partijen, won er wel enige o.a. tegen Deventer en Leeuwarden.

In één opzicht was Van der Linde houdster van een record. Afgezien van Amsterdam, Den Haag en Utrecht, kon geen schaakclub twee leden aanwijzen, die in de hoofdwedstrijden van de in 1873 opgerichte Nederlandsche Schaakbond een eerste prijs behaalden; Die twee leden waren L. Benima en Mr. J.D. Treslong. De eerste won zelfs tweemaal die prijs; Hij nam 13 maal aan die wedstrijden deel.

Als bijzonderheid delen we nog mee, dat Van der Linde een grote bibliotheek had, dat in de Schaakkamer in de Harmonie een groot portret van Van der Linde in lijst aan de wand prijkte en dat in verscheidene maandbladen van het orgaan van de Nederlandse Schaakbond partijen van de heren dr. en mr. Treslong en Benima waren opgenomen, alsmede tal van beoordelingen en kritische beschouwingen van Mr. Treslong destijds mederedakteur van genoemd tijdschrift, van partijen elders gespeeld. Wij vonden o.a. een beoordeling van een remisepartij Benima – van Foreest (maart 1896), waarvan het slot luidt: “dese partij is als een mooie roman; bij ’t eind gevoelt men spijt, dat het uit is.”

In genoemd blad troffen we ook een sterk gespeelde partij Treslong – Maquette aan (Jubileum wedstrijd in Den Haag 1899), een Treslong – Kolsté uit 1897, waar eerstgenoemde in een lastige eindstand een mat in drie zetten annonceerde, voor welke mataankondiging hem een speciaalprijs werd toegewezen; verder nog twee partijen Treslong – Benima in 1896, waarvan één heel merkwaardig is, daar op een gegeven ogenblik het bord met 5 dames prijkte (3 van Treslong, 2 van Benima).

 

5. Een overlijdensbericht uit 1895

“Van Vroeger”: Winschoten – Den 17den December jl. overleed alhier de heer A. Woldendorp, een speler, die, zonder ooit van theorie of practijk studie te hebben gemaakt, een aanzienlijke hoogte in de schaakkunst wist te bereiken. Dr. Treslong schreef hierover een artikel “Een onbekend schaakspeler”. Hij besluit: “Moge nog lang de herinnering aan dezen talentvollen beoefenaar van ons koninklijk spel levendig houden.

 

6. Een bestuurderspartij

Verder vinden we in de oude notities een in 1881 gespeelde partij tussen twee bestuurders van Van der Linde: de toenmalige, hierboven genoemde, voorzitter (Dr. Haakma Treslong) en de secretaris-penningmeester (M.L. Dikema) van de vereniging. In het oude typoscript wordt de zwartspeler in de partijnotatie overigens als Tresling aangeduid.

M.Dikema – Th. Haakma Tresling [B46]
1881 Winschoten
1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Pc3 e6 4.d4 cxd4 5.Pxd4 a6 6.a3 Lc5 7.Le3 La7 8.Lc4 Pf6 9.f3 d5 10.exd5 exd5 11.Lb3 0-0 12.0-0 Le6 13.Kh1 Pe7 14.Lg5 Lxd4 15.Dxd4 Pf5 16.Lxf6 gxf6 17.Dd3 d4 18.Pe4 Pe3 19.Tf2 Tc8 20.Td2 f5 21.Pf2 Dg5 22.Ph3 Dh6 23.Dxd4 Lxb3 24.cxb3 Pc2 25.Txc2 Txc2 26.Tf1 Dd2 27.Dg1 Txb2 28.Tf2 Dc3 29.Txb2 Dxb2
“Wit abandonneert.”

Terug naar boven


Benima

In de schets van het Winschoter schaakleven tussen 1875 en 1900 werd enkele malen de naam van Levi Benima genoemd. De in Nieuweschans geboren Benima was een sterk schaker. Hij hoorde tot de eerste leden van Van der Linde. Hij nam deel (en was mogelijk initiatiefnemer) aan de afsplitsing naar Van ’t Kruys, maar na enkele jaren keerde hij weer terug naar Van der Linde.
In “Van Vroeger” werd gesteld: In één opzicht was Van der Linde houdster van een record. Afgezien van Amsterdam, Den Haag en Utrecht, kon geen schaakclub twee leden aanwijzen, die in de hoofdwedstrijden van de in 1873 opgerichte Nederlandsche Schaakbond een eerste prijs behaalden; Die twee leden waren L. Benima en Mr. J.D. Treslong. De eerste won zelfs tweemaal die prijs; Hij nam 13 maal aan die wedstrijden deel. Die eerste prijs in de hoofdwedstrijden betekende eigenlijk zoiets als tegenwoordig ‘Nederlands kampioen’. De KNSB vermeldt pas officiële kampioenen vanaf 1909. In het laatste kwart van de negentiende eeuw was Benima een geduchte concurrent van de broers Van Foreest die destijds beiden enkele malen als sterkste Nederlandse schaker van het jaar werden beschouwd. Op de website van Schaakclub Utrecht staat een mooie pagina over de gebroeders Van Foreest; op die pagina staan ook enkele partijfragmenten tussen Benima en een van de Van Foreesten waaruit die geduchte concurrentie blijkt. Ook een mooie oude zwart-wit-foto (eigenlijk sepia) waarop Benima te zien is, naast een aantal andere Nederlandse topschakers van het einde van de negentiende eeuw.

* * * * *
“Van vroeger”: In een krantenartikel uit 6 oktober 1936 werd een partij vermeld van L. Benima tegen Jhr. Dr. D. van Foreest. Uit een boekje, uitgegeven ter herdenking van Jhr. Dr. D. van Foreest door L. Prins staat ook een partij van hem tegen Benima. Het begin van de partij is als volgt:

Wit: Van Foreest, Zwart: Benima

1. e4 e5

2. Pf3 Pc6

3. Lc4 Pf6

4. Pg5 d5

5. exd5 Pa5

6. Lb5 c6

7. dxc6 bxc6

8. Le2 h6

9. Pf3 e4

10. Pe5 Ld6

11. Pg4 Pxg4

12. Lxg4 0-0

13. Lxc8 Txc8

14. 0-0 Dh4

15. g3 Dh3

16. d3 f5

17. dxe4 f4

18. Df3 fxg3

19. Dg2 gxh2

20. Kh1 Dh4

Ondanks een (iets) betere stelling voor zwart eindigde de partij in remise.

* * * * *
 

Opmerkelijk is voorts dat wel de Engelstalige versie van Wikipedia een lemma over Benima bevat, maar de Nederlandse versie niet.

* * * * *
In een internet database is een zestiental partijen van Benima te vinden. Onder die partijen ontbreekt de volgende partij die als typoscript te vinden is in de oude notities van de schaakclub. De partij is tegen Henry Edward Bird, een sterke Engelse schaakmeester uit de laatste decennia van de negentiende eeuw. De partij is gespeeld in Gouda 1880, in een schaaktoernooi aldaar dat door Bird werd gewonnen; Benima werd gedeeld derde/vierde.

Benima,Levi – Bird,Henry Edward [C49]
Gouda 1880

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Pc3 Lb4 4.Lb5 Pge7 5.Pd5 Pxd5 6.exd5 Pd4 7.Pxd4 exd4 8.0-0 0-0 9.c3 Le7 10.f4 Lf6 11.Ld3 d6 12.g4 g6 13.Df3 Lg7 14.Kh1 f5 15.g5 Ld7 16.Df2 c5 17.c4 Te8 18.b3 Da5 19.Te1 Txe1+ 20.Dxe1 Te8 21.Df2 b5 22.Df1 bxc4 23.bxc4 h6 24.h4 hxg5 25.hxg5 Kf7 26.Kg2 Te7 27.a3 Lc8 28.Tb1 La6 29.Kf2 Dd8 30.Lb2 Dh8 31.Dh1 Tb7 32.Dxh8 Lxh8 33.Ke2 Tb3 34.Th1 Lg7 35.Lc1 Kg8 36.Tf1 Lf8 37.Th1 Le7 38.Tf1 Ld8 39.Th1 Kg7 40.Te1 La5 41.Th1 Tb8 42.Kd1 Lb6 43.Ke2 Ld8 44.Kd1 Lc8 45.Lc2 Ld7 46.Th3 La5 47.Th2 Th8 48.Txh8 Kxh8 49.Ke2 Kg7 50.Kd3 Kf7 51.Lb3 Ke7 52.Kc2 Kd8 53.d3 Le1 54.Ld2 Lg3 55.Kd1 Kc7 56.Ke2 Kb6 57.Lc2 Ka6 58.Lb3
remise

* * * * *
 

Tot slot vermelden we dat een subvariant van het Schots, met name het Schots Gambiet, naar Benima is vernoemd: 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.Lc4 Le7 (ECO-code C44).

 

Terug naar boven


Vijf dames, ofwel een unieke schaakpartij

De beroemdste partij die ooit in Winschoten is gespeeld is die tussen Tresling en Benima. In deze partij delft Benima het onderspit. Wat de partij zo bijzonder maakt is dat er op een gegeven moment vijf dames op het bord staan. Hier is de notatie van die partij die in Winschoten in 1896 werd gespeeld (let met name op de 41e en 42 zet: daar verschijnen drie dames):

J.D. Treslong – Levi Benima [C45]
1885
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.Pc3 Le7 6.0-0 b5 7.Lb3 d6 8.d3 Le6 9.De2 Dd7 10.Pd5 Lxd5 11.exd5 Pa5 12.d4 Pxb3 13.axb3 e4 14.Pd2 0-0 15.c4 Tfe8 16.Pxe4 Pxe4 17.Dxe4 Lf6 18.Dd3 Dg4 19.Le3 b4 20.f4 h5 21.h3 Dd7 22.f5 De7 23.Tae1 a5 24.Kh1 De4 25.Dd1 c5 26.dxc5 Lxb2 27.Tf4 De7 28.Dxh5 Lf6 29.cxd6 Dxd6 30.Df3 Te5 31.Te4 Txe4 32.Dxe4 Dg3 33.Lf4 Dxb3 34.d6 Tf8 35.c5 a4 36.c6 a3 37.Le5 Lxe5 38.Dxe5 a2 39.d7 Da3 40.c7 b3 41.d8D b2 42.c8D b1D 43.Dxf8+ Dxf8 44.Dxf8+ Kxf8 45.De8#

Vanwege deze uitzonderlijke omstandigheid is het niet verwonderlijk dat aan deze partij enige aandacht is besteed. Uiteraard kunnen we op de website van Tim Krabbé als specialist in schaakcuriosa enige informatie vinden. Als je op deze site doorscrollt naar notitie nr. 292 vind je enkele andere zeldzame recentere gevallen van vijf dames op het bord; de partij Tresling-Benima wordt hier op het eind aan toegevoegd. Opmerkelijk is wel dat vijf dames inmiddels niet eens meer het record is. Elders op de website van Tim Krabbé (klik op ‘Most Queens’) is een partij uit Boedapest 2009 te vinden waarin zes dames op het bord staan. Het zoeken in de schaakgeschiedenis door Tim Krabbé heeft nog een andere interessante schaakpartij opgeleverd met vijf dames op het bord, en wel een partij uit 1915 tussen Aljechin en Grigoriev. Omdat Aljechin een veel groter en beroemder schaker is dan de beide Winschoter schakers Treslong en Benima, is dit ook de beroemdste vijf-dames-partij. Maar met de partij Aljechin – Grigoriev is wel iets aan de hand: de partij is nooit gespeeld, en berust op een (overigens fraaie en inventieve) fantasie-analyse van Aljechin, zoals is aangetoond door Krabbé. Wie hierin geïnteresseerd is kan dit alles nalezen op de site van
Chesscafe. Ook op die site wordt uiteindelijk de genoemde partij tussen Tresling en Benima als de eerste authentieke vijf-dame-partij gememoreerd.

Terug naar boven


Een correspondentiepartij

“Van Vroeger”: Uit de Nieuwe Winschoter Courant van 24 januari 1883

Naar wij vernemen zal er weder een schaakwedstrijd plaats hebben tusschen de vereeniging Van der Linde en Pallas te Deventer.

We moeten ons dit correspondentieschaak waarschijnlijk voorstellen als een vorm van consultatieschaak tussen spelers van de ene vereniging versus spelers van de andere vereniging. Of de partij per post of per telegrafie werd gespeeld vermeldt de geschiedenis niet.

De notatie van de betreffende partij luidt als volgt:

Van der Linde, Winschoten – Pallas, Deventer [C45]
Correspondentiepartij Winschoten/ Deventer, 1885
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.Pxd4 Lc5 5.Le3 Df6 6.c3 Pge7 7.Dd2 Lxd4 8.cxd4 d5 9.e5 Dg6 10.Pc3 a6 11.Tc1 Lf5 12.Pe2 f6 13.Pf4 Df7 14.exf6 Dxf6 15.Le2 0-0 16.g4 Ld7 17.h3 Tae8 18.Pg2 Pg6 19.0-0 Ph4 20.Pxh4 Dxh4 21.Kh2 Pd8 22.Txc7 Lc6 23.Tc8 Tf6 24.Tc1 h6 25.Ld1 Tg6 26.f4 Ld7 27.T8c3 Pf7 28.Lf2 Dd8 29.Lf3 Lc6 30.Lg3 Td6 31.f5 Td7 32.h4 Tde7 33.Txc6 bxc6 34.Txc6 Da8 35.Tc5 Td7 36.Da5 Ted8 37.b3 Db7 38.Tc7 38…Txc7 39.Dxc7 Db5 40.g5 hxg5 41.hxg5 Dd7 42.Dxd7 Txd7 43.Lf4 Pd8 44.Kg3 g6 45.Lg4 gxf5 46.Lxf5 Te7 47.Le5 Pc6 48.Lf6 Te1 49.Kf2 Ta1 50.Le6+ Kh7 51.Lxd5 Txa2+ 52.Kf3 Pb8 53.Le4+ Kg8 54.g6 Ta5 55.Ld3
Zwart abandonneert, zoals het getypte verslag fraai en archaïsch zegt. Of de notatie in dat getypte verslag helemaal juist is weten we niet. Zo is na 24. Tc1 voor zwart Txf2 (in plaats van h6) onmiddellijk winnend; en die zet is toch moeilijk te missen.

Terug naar boven


 

De Tweede Wereldoorlog

 

 

 

 

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (najaar 1940) was het niet vanzelfsprekend dat de vereniging kon blijven schaken. Op de eerste aanvraag om de verengingsactiviteiten te mogen voortzetten kwam het volgende antwoord:

Mededelingen

Aan den Heer A. Derks, Gassingel 9, Secretaris van de Schaakclub “Van der Linde”, WINSCHOTEN

De Procureur-Generaal, fungeerend Directeur van Politie te Leeuwarden deelt u hierbij mede, dat voor het houden der door U bedoelde oefeningen

te Winschoten

op iederen woensdag 19, te 20.00 ure,

in het Bovenlokaal van de Wintertuin, Torenstraat:

zijnerzijds geen bezwaar bestaat, voor den tijd van 2 maanden, onder voorwaarde dat uitsluitend leden toegang tot de bijeenkomsten hebben, die daartoe tevoren schriftelijk dienen te worden uitgenoodigd en dat geen politieke of staatkundige onderwerpen ter sprake zullen worden gebracht.

Leeuwarden, den 18 September 1940,
De Procureur-Generaal / fgd. Directeur van Politie / de Hoofdambtenaar / tegevoegd voor bijz. diensten / Römelingh.

* * * * *
Ook werden vragenlijsten naar de vereniging gestuurd, waarin alles betreffende de schaakclub moest worden opgegeven: de kastoestand, met eventuele bezittingen, alsmede volledige naamlijsten der leden met adres. Zie als voorbeeld deze brief:

Leeuwarden, 9 oktober 1940

Parket van den Procureur-Generaal, no.1042

Ingesloten doe ik u toekomen de vragenlijsten, met verzoek deze zoo spoedig mogelijk (vóór 15 October a.s.), zoo nauwkeurig mogelijk ingevuld en in duplo mij te willen terugzenden.

Mocht de Vereeniging of Stichting statuten of huishoudelijk reglement bezitten, dan verzoek ik U een tweetal exemplaren daarvan te willen bijvoegen. Indien U nog meerdere exemplaren der vragenlijst mocht nodig hebben, verzoek ik U mij zulks onverwijld te willen opgeven, onder vermelding van het aantal, voor welke Vereeniging en/of Stichting bestemd en aan wien de lijsten moeten worden toegezonden (naam en adres).

Römelingh

* * * * *
En nog een schrijven van hetzelfde adres:

Leeuwarden, den 19 Dec. 1940

Parket van den Procureur-Generaal, No.233

Onder toezending van uw schrijven betreffende het houden van vergaderingen, bijeenkomsten, optochten, enz. deel ik U mede, dat bedoelde aanvragen moeten worden ingediend op daarvoor vastgestelde formulieren, welke formulieren zijn te verkrijgen ten Gemeentehuizen en in de gemeenten Leeuwarden, Groningen, Winschoten, Sneek en Harlingen op het Hoofdbureau van Politie.

Bovendien wordt nog onder Uw aandacht gebracht, dat voor elke vergadering een afzonderlijk formulier (kaart) dient te worden ingevuld, hetgeen ook geldt voor bijeenkomsten, optochten, etc.

Alleen kunnen de vergaderingen of bijeenkomsten, die door eenzelfde Vereeniging periodiek worden gehouden (b.v. wekelijks of om de 14 dagen) en waarop dezerzijds telkens voor een bepaald tijdvlak een beslissing wordt genomen, op één formulier (kaart) worden aangevraagd, mits dit duidelijk uit de aanvrage blijkt.

Römelingh

* * * * *
Er werd een ledenlijst opgestuurd, daarop stonden de volgende namen:

  1. E.T. Addens, landbouwer, Bellingwolde
  2. W.L. Behrens, Langestraat, Winschoten
  3. B.H. te Bos, CaféNieuwe Pekela
  4. T. Elema, Langestraat, Winschoten
  5. Y. Feenstra, Oranjestraat, Winschoten
  6. E.O. Huizing, Torenstraat, Winschoten
  7. H. Kiewiet, Langestraat, Winschoten
  8. J. Kiewiet, Visschersdijk, Winschoten
  9. R. Muntinga, Landbouwer, Finsterwolde
  10. B. Schriever, Verl. Noorderstraat, Winschoten
  11. C.F. Talsma, Langestraat, Winschoten
  12. L. de Weijs, Grindweg, Winschoten
  13. H.H. Wiebols, Visschersdijk, Winschoten

* * * * *
Uit een verslag van de vergadering van de NOSBO:

 

Vergadering van de NOSBO op Zaterdag 26 October 1940 te 16 uur in Hotel Suisse te Groningen

Er waren 25 uitnodigingen verzonden, aan een afgevaardigde van elke vereniging, aan de prijswinnaars der persoonlijke wedstrijden en aan de leden der kascommissie. Er bleken, toen de voorzitter Dr. Frik zijn openingswoord aanving, 16 personen aanwezig.

In gevoelvolle woorden herdacht Dr. Frik het sneuvelen van den heer B. Wesselink (Van der Linde) in de oorlogsdagen, het eenige slachtoffer dat de Nosbo te betreuren heeft. De voorzitter verzocht de aanwezigen zich, als eerbiedige hulde ter nagedachtenis, een oogenblik van hun zetels te verheffen.

 

Terug naar boven


Een groepsportret

Vanaf 1948 is er een vrijwel volledig archief van de schaakvereniging. Er is een boek met ‘Notulen’ in reliëf geprint in de kaft, op folioformaat, marmer op snede, dat begint met een verslag van de ‘Bestuursvergadering op Woensdag 14 Juli 1948 in hotel Savoy’. Dit notulenboek is geheel handgeschreven. De verslagen van de bestuurs- en jaarvergaderingen lopen tot 1974. Op enkele pagina’s zijn krantenknipsels of andersoortige documenten ingeplakt.

Het verslag van 14 juli 1948 maakt duidelijk dat er een vrijwel geheel nieuw bestuur begint. Het verslag begint, na vermelding van de aanwezigen, als volgt:
Daar de bestuursfuncties nog niet waren verdeeld en de heer Huizing even later kwam, dus de heer Kiewiet de enige uit het vorige bestuur was, opende deze met een zeer kort woord de vergadering en stelde voor direct de bestuursfuncties maar te gaan verdelen.
Na enige discussies kwam dit er als volgt uit te zien:

voorzitter J.J.Z. Offringa
waarn.voorz. ds H. Enklaar
secretaris J. Oostra
Penningm. E.O.Huizing
Competitieleider H. Kiewiet
alg. adjuncts: de heren Bosscher en Kuiper
De heer Kiewiet overhandigde hierna onmiddellijk de voorzittershamer aan de heer Offringa.”

Uit het genoemde notulenboek blijkt dat Ven der Linde in de eerste jaren na de oorlog een stabiel verenigingsleven kende. De jaarverslagen melden dat het aantal leden rond de 50 schommelt. Er zijn ieder jaar enkele afzeggingen, maar er is ook steeds weer aanwas van nieuwe leden. De bestuurs- en jaarvergaderingen vinden deze jaren vrijwel steeds plaats in Hotel Savoy in de Torenstraat. De bovengenoemde bestuursleden staan voor een deel ook op onderstaande foto, een ingelijst groepsportret van het Van der Linde-team dat in 1952 kampioen van de Nosbo werd.

* * * * *
 

Team van Van der Linde in 1952
Op de foto ziet u het 1e team van Van der Linde uit 1952, gepromoveerd naar de Promotieklasse van de NOSBO.
Staand vlnr: A.Derks / F.vd Est / B.H. Boekhold / F. Franksma / J.Oostra / W.Dekker / G.R.Dekker
zittend vlnr: J.G.Bosscher (bestuur) / H.Kiewiet (wedstr.leider) / Th.de Klerck / G.Enklaar / G.Kuiper / L.J.W.Jansonius
ingevoegde foto links onder: P.Muntinga

Terug naar boven


Van der Linde helpt Zierikzee en andere knipsels

Eind jaren ’40 en begin jaren ’50 was er vanuit de lokale pers -met name de toenmalige Winschoter Courant– belangstelling voor het schaken. Vrijwel wekelijks stonden de uitslagen en competitieresultaten van Van der Linde in de kolommen van de krant. We geven enkele voorbeelden:

Op 29 februari 1952 schrijft de krant dat het eerste team van Van der Linde kampioen van de NOSBO is geworden:

Op 29 maart volgt dan in de schaakrubriek een analyse van de partij D.Aué – N.J.L.Jansonius uit de voor het NOSBO-kampioenschap beslissende match tussen N.O.S. en Van der Linde (de scan is in twee stukjes opgebroken):

 

* * * * *
Op 23 mei 1952 volgt een verslag van het door Van der Linde georganiseerde Hemelvaarttoernooi in de Oldambster Herberg:

* * * * *
Op 5 juni 1953 plaatst de krant een schaakprobleem dat is gecomponeerd door de Zierkizeeër J.J. van den Ende en aangeboden aan Van der Linde, als blijk van dank voor de hulp die Van der Linde heeft geboden aan schaakclub Zierikzee, met name voor vervanging en herstel van schaakmateriaal dat in de watersnoodramp van 1953 verloren was gegaan.

Op 11 juli volgt dan de oplossing van dit probleem:

* * * * *
In de jaren ’50 speelde Van der Linde ook vrijwel jaarlijks een wedstrijd tegen Oost-Groningse (niet-Van der Linde) schakers. Een verslag van die wedstrijd uit 1961 is in het notulenboek van Van de Linde ingeplakt, met het volgende handgeschreven bijschrift van de toenmalige secretaris: “Verder speelden wij weer onze monsterwedstrijd tegen Oost-Groningen, ditmaal in de grote zaal van hotel Smid; behalve een aantal spelers uit Winschoten waren vertegenwoordigers van Appingedam, Wildervank, Veendam, Stadskanaal, Vlagtwedde en Hoogezand aanwezig. De uitslag was 17½-16½ voor Oost-Groningen. De winnaars en de remisespelers kregen als aandenken een aardige Prisma schaakboekje. Het was een zeer geslaagde avond; de pers was aanwezig; in de Winschoter verscheen zelfs een foto van de massakamp.“:

Terug naar boven


1974: Van der Linde bestaat honderd jaar

In 1974 vierde Van der Linde het 100-jarig bestaan. De belangrijkste activiteit om dit eeuwfeest luister bij te zetten was een simultaan-seance op 17 oktober 1974 van twee toenmalig prominente Nederlandse schakers, Jan Hein Donner en Berry Withuis. De simultaan vond plaats in de foyer van het Winschoter theater De Klinker. Het werkschema van deze dag vermeldt dat het honorarium voor grootmeester Donner f. 275 bedroeg, plus eventuele consumpties, dat voor meester Withuis f. 200. Verder vermeldt het werkschema enigszins raadselachtig: “Volgens Withuis Donner graag de beste borden (dan kan hij een wat grotere score maken)”. De simultaan werd aangekondigd door brieven naar verschillende bedrijven in de omgeving van Winschoten en door een advertentie in de lokale pers. De Winschoter Courant kondigde de viering in een groot artikel op 4 oktober aan (de scan is wegens de omvang in twee stukken verdeeld):

 

Aan de simultaan namen 70 schakers deel. Beide simultaangevers speelden 35 partijen. Donner werd verslagen door de schakers Kranenburg en Battjes; 5 spelers speelden remise tegen hem. De overige 28 partijen won Donner. Withuis verloor van Stuut sr en Elema. Hij stond 6 remises toe en won 27 partijen. er stonden ook verslagen in de lokale pers (WCt en NvhN):

 

De viering van het eeuwfeest werd door Van der Linde ook aangegrepen om een nieuw initiatief te ontwikkelen: het stimuleren van het schaken onder de jeugd.

Terug naar boven


Een sterk schaker is een groot dichter

In december 2011 werd via de landelijke media het bericht bekend gemaakt dat aan Tonnus Oosterhoff de P.C.Hooftprijs voor letterkunde is toegekend. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend, alternerend voor proza, voor poëzie en voor essayistiek. Tonnus Oosterhoff ontving deze prijs voor poëzie.

Tonnus Oosterhoff schaakt sedert eind jaren 90 (van de twintigste eeuw) bij en voor S.C. Van der Linde. Om die reden heeft de club de volgende felicitatie op de website geplaatst:

Schaakclub Van der Linde wil Tonnus Oosterhoff veel geluk wensen met de toekenning van de P.C.Hooftprijs voor literatuur.
 

Wij kennen Tonnus als een uitstekend schaker, maar hij is een nog veel beter dichter.
 

De reactie van Tonnus Oosterhoff enkele dagen later hierop was: ‘De afgelopen week heb ik ongelofelijk veel hartverwarmende reacties gehad op de toekenning van de prijs, ook van U, clubgenoten. Ik kreeg e-mails, ansichten, de fraaie kaart met handtekeningen die op de laatste clubavond van het jaar gemaakt is; maar ook rechtstreekse felicitaties als we elkaar in Winschoten of Groningen tegenkwamen. Heel veel dank daarvoor!’

* * * * *
Ook de Nosbo plaatste een felicitatie op haar website:

* * * * *
In NRC Handelsblad van zaterdag 31 december 2011 schreef Hans Ree in zijn wekelijkse schaakrubriek:

De afgelopen week heb ik in het kader van het jaarlijkse schaakfestival in Groningen een korte match gespeeld tegen het piepjonge (12 jaar) talent Jorden van Foreest. Ik dacht soms aan mijn Russische leeftijdsgenoot [Hans Ree doelt op de schaker Tseshkovsky die recent was overleden, en over wie de schaakrubriek van 31-12-2012 ging], maar de match is goed doorstaan en ik ben er nog.

In een van open toernooien van het festival zag ik de recente winnaar van de PC Hooftprijs, de dichter Tonnus Oosterhoff. Hij had zijn eerste partij verloren, misschien als gevolg van de feestelijkheden waar een pasgelauwerde dichtervorst zich niet aan kon onttrekken.

‘Zo meneer Oosterhoff, u staat nu weer met beide benen op de grond’, zei ik. Hij lachte en zei: ‘Ja, ik had die prijs graag ingeleverd als ik deze partij kon winnen. Maar schrijf dat maar niet op, anders denken ze dat ik verwend ben.’ ”

 

Terug naar boven