Over de bekerdroom van Van der Linde

door Sander Kletter

Afgelopen vrijdagavond, 24 maart 2017, was het zover: het bekerteam van Van der Linde behoorde tot de laatste vier kandidaten die kans hadden om de beker van de NOSBO te winnen van het seizoen 2016-2017. Slechts één lastige hobbel moest nog worden genomen om in de finale te komen. Er moest gewonnen worden van Haren & Oostermoer. In de twee voorafgaande weken leefde het team naar deze vrijdagavond toe. Een droom immers, een finaleplaats, historisch voor schaakclub Van der Linde, leek te kunnen worden verwezenlijkt. In alle euforie werd zelfs stiekem gedroomd van bekerwinst!
Ter voorbereiding werden de competitie, elo en TPR statistieken van de NOSBO website geraadpleegd. Het zag er naar uit dat Raymon Oord (1894) op bord 1 zou moeten spelen tegen Johan Klinkhamer (2039). Voorwaar een bijzonder moeilijke opgave, gezien het ratingverschil, maar toch voor onze talentvolle clubkampioen zeker niet onmogelijk. Ardin Bosboom (1909) op bord 2 zou dan waarschijnlijk Andreas Tasma (1791) krijgen. Gezien Ardins ideale bekerscore tot dan toe, 3 uit 3, en een TPR van tegen de 2100, leek dit zelfs een relatief gemakkelijk te scoren punt voor Van der Linde. Op bord 3 zou Jarek Krawczyk (1738) waarschijnlijk moeten acteren tegen Harry Gielen (1788). 50 elo-puntjes, een te overbruggen ratingverschil voor een daadkrachtige Krawczyk in vorm. Dat kon dus alle kanten op. Sander Kletter (1671), de nestor en het lichtgewicht van het bekerteam, kreeg dan Paulo Valiente (1750), op papier zogenaamd de zwakste van Haren & Oostermoer. De gemiddelde rating van de tegenstanders was 1842, die van Van der Linde 1803. De taxatie vooraf was dus ‘als wij gewoon in goede vorm zijn, dan is het zeker niet onmogelijk…’.


In de ban van de ring

In de verfilming van Tolkiens trilogie In de ban van de Ring, om precies te zijn in het laatste deel ‘De terugkeer van de koning’ is er een hilarische scene, waarin tovenaar Gandalf de troepen aanvoert in een verbeten strijd om de citadel van Minas Tirith, het laatste veilige bolwerk voor de mensen, ‘de goeien’. De tegenstanders, het leger van ‘pure slechterikken’ van de zwarte tovenaar Sauron, belegeren de stad met een reusachtig leger van onder meer orks, geniepige gedrochtige wezens, die geschapen zijn uit het slijk der aarde. Ze beschikken over een divisie gigantisch gespierde trollen en andere kwaadaardige wezens. Deze bizarre strijdmacht staat onder leiding van de zogenaamde Nazgûl, macaber ogende zwart geharnaste ‘ringgeesten’, gezeten op de ruggen van vuurspuwende draken. Het filmverhaal wordt uitermate spannend want de bad guys dringen de stad binnen. De een na de ander vallen de afweergordels binnen de stad. Geheel teruggedrongen zien we de laatste gehavende schare van verdedigers onder leiding van Gandalf achter een zware poort van zeker zes meter hoogte een afwachtende houding aannemen, terwijl er met groot geweld op de bewuste poort wordt ingebeukt. Het is de bioscoopbezoeker helemaal duidelijk, ook deze laatste poort gaat vroeg of laat bezwijken. Vlak voordat dit gebeurt spreekt Gandalf zijn soldaten nog één keer moed in. ‘Wat er ook door die poort naar binnenkomt… houd stand!’ scandeert hij uit volle borst op het moment dat deze wordt versplinterd. Drie gigantische bloeddorstige trollen van vijf meter hoog stormen naar binnen met knotsen in hun handen met daaraan stalen punten zo groot als een menselijke schedel.  Ze beginnen direct woest om zich heen te meppen. Aan de stoel gekluisterd bekruipt elke bioscoopganger de angst dat de mensheid verloor lijkt te zijn.

 

Onoverbrugbaar elogeweld

Vrijdagavond stond het vijandelijk leger van Haren & Oostermoer voor onze poort. Er bleek bijzonder weinig te kloppen van onze verwachtingen. Tot onze ontzetting kwamen ze met een gewijzigd team opdagen, gemiddelde rating niet 1842, maar 1922! Een gemiddeld krachtverschil van bijna 120 punten. Op bord 1 werd ringgeest Martin Visser Sr. in stelling gebracht, 2095 elopuntjes schoon aan de haak. Ga er maar aanstaan. In de elo-spreiding-grafiek van de schaakwebsite chess.com hebben maar 1746 schakers van 626527 leden deze hoge droomrating. Het moge duidelijk zijn, het was dus oppassen geblazen voor Raymon op bord 1. Tot algehele verbazing van Van der Linde kreeg Ardin op bord 2 slechts te maken met Paulo Valiente (1750). Die wilde koste wat kost tegen hem spelen, zo bleek toen alle rookwolken waren opgetrokken. Dat impliceerde overigens slecht nieuws voor Jarek op bord 3, die opeens met elotrol Klinkhamer werd opgescheept. 301 elopunten verschil, om van door de grond te zakken. Ardin probeerde ons moed in te praten, zoals Gandalf in de film, en hij liet daarom vooraf optimistisch vallen: ‘Met Jarek weet je het maar nooit’. Ook voor Sander had Haren & Oostermoer een paar extra blikken elopunten opengetrokken. Hij moest het opnemen tegen Maarten Roorda (1805), van buitenaf gezien een uiterst beschaafd uitziende ork, dat wel. Je zou kunnen zeggen de klassieke wolf in schaapskleren. Vlak voor de partij sprak onze eigen Gandalf Sander extra moed in ‘Weest niet bevreesd, zei hij, ik heb wel eens tegen hem gespeeld, jij moet hem echt wel kunnen hebben’.
Maar juist dit toverkanon van Van der Linde was het eerste aan de beurt, hoewel hij zijn eigen favoriete opening speelde, met de bekende gefianchetteerde loper op g7 en een koning die niet noodzakelijkerwijs rokeerde. Valiente bleek zich echter uitstekend te hebben voorbereid op Ardin op basis van de partijen, die van hem op het internet rondzwerven. Als het om de beker gaat ontpoppen sommige amateurs zich kennelijk als echte professionals. Ardin kwam bij uitzondering eens een keer moeilijk te staan en trapte tot overmaat van ramp ook nog eens in een kinderlijk eenvoudig éénzetsvalletje, dat hem een licht stuk kostte. Dit was hem teveel, hij gaf op, deed stante pede zijn jas aan en stiefelde met een gezicht dat op onweer stond ogenblikkelijk naar buiten. In de film bleef Gandalf trouw bij zijn mannen tot de laatste snik. Maar dit treffen was geen fantasy, maar keiharde realiteit. Zijn teamleden begrepen dit en namen het hem daarom niet kwalijk. Het duurde een hele tijd voordat we hem die avond weer terugzagen. Drie kwartier na deze eerste nederlaag was Jarek de sigaar. Diens opgave om de torenhoge eloberg te overbruggen was domweg te moeilijk gebleken: 2-0. Na afloop verklaarde Klinkhamer dat Jarek ‘te passief’ was geweest (kan iemand bij Van der Linde zich dat voorstellen?). Het ging om kleine zeurdingetjes, hetgeen waarmee echte schaakexperts nu eenmaal hun superioriteit kunnen aantonen. Hoe dan ook het kwam vanaf dat moment dus op Raymon en Sander aan. Raymon speelde uitstekend en zeer gedurfd. Hij had met wit op brutale wijze de ringgeest van Haren & Oostermoer uitgedaagd met de pionnenopstelling b4, c4, d4, e4 en f4. Vijf pionnen gebroederlijk op de vierde rij. Deze visuele boodschap was maar voor een uitleg vatbaar: hij wilde winnen! Visser bood Raymon remise aan toen deze dreigende aanvalsstelling was bereikt. Raymon antwoordde beleefd, plichtsgetrouw en rustig zoals altijd, dat hij er over na zou denken.

 
De wraak van de underdog

Roorda, de tegenstander van Sander, gaf schaak op b5 met zijn loper in een Siciliaan. De overbekende keuze is dan óf om of het paard er tussen te zetten op c6, óf de loper op d7. Sander koos voor Pc6 en twee zetten later ruilde de ork met het beschaafde voorkomen zijn witte loper voor Sanders paard. Dat had beslist een nadeel: een dubbelpion op de c-lijn, maar ook een voordeel: het bezit van het loperpaar. Sander was ermee in zijn nopjes, want dat laatste heeft hij in de regel liever. Er volgde een langdurige manoeuvreerpartij. Roorda probeerde binnen te dringen op Sanders damevleugel, maar zonder resultaat. Al wits plannen konden door degelijk spel steeds tijdig verijdeld worden. Sander had zelfs genoeg tijd om zijn eigen witte loper grootmeesterlijk van c8 naar d7, naar e8, naar f7 te spelen. Hij bereikte een gezonde stelling, waarin hij zich als een vis in het water voelde. Roorda probeerde in die fase nog eens om via de koningsvleugel druk uit te oefenen, waarbij hij zijn paard listig via g3 en h1 (!) naar f2 dirigeerde. Karpoviaans positiespel zou je zeggen, maar dan natuurlijk wel zonder diens brille. Het spel had in het middenspel het karakter gekregen van een gesloten stelling, waarin schaaktechnisch gezien normaliter het paardenkoppel als sterker wordt beschouwd dan het loperpaar. Raymon kwam af en toe samenzweerderig naar Sander toe om hem aan te moedigen. ‘Je moet winnen’ zei hij, terwijl hij hem strak aankeek. Zijn lichaamstaal en blik straalde daarbij geruststellend uit ‘dat ga ik immers ook doen’. Zo wilde hij zijn wens kracht bij zetten: ‘Als jij ook wint, dan wordt het vluggeren… en daar zijn wij met zijn vieren nu juist heel goed in!’
De boel moet open taxeerde Sander tijdens het vervolg, mijn lopers moeten lucht krijgen. Hij besloot zijn d-pion te offeren om dat voor elkaar te krijgen. Dit bleek uiteindelijk doorslaggevend. Na een hoop schermutselingen, waarin Roorda halsstarrig bleef aanvallen, terwijl zijn kloktijd zienderogen afnam, delfde deze uiteindelijk zelf het onderspit. Onder zware tijdsdruk verloor hij op niet te vermijden wijze zijn paard via een door Sander goed voorbereide en sterke tactische schaakcombinatie. Deze bulkte van de tijd en de laatste zeven zetten van de partij geschiedden exact zoals hij had bedacht. Op de 38ste zet wees Sander zijn tegenstander op diens gevallen vlag in een voor zijn opponent overigens toch al verloren stelling. Het was 2-1! Aan de schaakhorizon van Van der Linde gloorde weer hoop…

 
Tragische ontknoping

Vanwege die ene winstpartij werd het nu even spannend als ‘In de terugkeer van de koning’. Al was onze schaakstrijd gelukkig minder bloederig en bovendien beslist minder luidruchtig, zoals dat nu eenmaal de gewoonte is in de wereld van het edele schaakspel. Alle aanwezige ogen draaiden zich werktuiglijk naar bord 1, naar daar waar het gebeuren moest, daar waar de laatste dappere vesting van Van der Linde zou moeten zegevieren. En het moet hier worden gezegd Raymon stond er uitstekend voor. Hij had overduidelijk het initiatief en wat belangrijker was: hij was in het gelukkige bezit van het perfecte moordwapen, een hoopgevende pluspion. Onze Gandalf was buiten intussen weer enigszins tot zichzelf gekomen en teruggekeerd op het slagveld. Als alle andere schakers volgde hij nauwlettend de verrichtingen van onze hoop in bange dagen. Zelfs Klinkhamer zag het op gegeven moment somber voor zijn eigen ringgeest in. Dat zegt veel over de reële winstkansen van onze Raymon. Klinkhamer voorspelde aan tegenstander Jarek dat het in zijn inschatting inderdaad op vluggeren zou gaan aankomen. Toeschouwer Jo meende zelfs even een briljant winnend paardoffer te zien voor Raymon. Aanvankelijk ging het dus absoluut gesmeerd. In de bloedstollende eindfase wist Raymon stapje voor stapje vorderingen te boeken in een eindspel van een koning, loper en toren en een zwik pionnen tegen een koning, een paard en een toren met een pion minder. Visser leek met zijn rug tegen de muur te staan. Hij kreeg steeds minder bewegingsruimte en had een hoop zorgen aan zijn kop. De troepen van Van der Linde hielden de adem in bij dit schouwspel. Raymon leek de rust zelf, maar het ontging niemand dat hij tegelijkertijd in lichte tijdnood verkeerde…
In de film loopt het uiteindelijk goed af voor de mensheid. Een zogenaamde ‘Deus Ex Machina’ constructie in het verhaal van Tolkien zorgt er namelijk voor dat net op tijd versterking komt opdagen. De stad Minas Tirith wordt ontzet. Uiteindelijk werd de boze tovenaar Sauron definitief verslagen doordat de ring van macht, waar de hele filmtrilogie om gedraaid had, exact op tijd werd vernietigd in het Vulkanische vuur van de Doemberg van het land Mordor, waarover Sauron de scepter zwaaide. Eind goed al goed dus, het klassieke verhaal met de happy ending. Maar in het land van de Van der Lindenaren verliep het helaas afgelopen vrijdag minder rooskleurig. Hier kwam namelijk geen bevrijdende versterking opdagen. Zonder gekheid, dat is ook niet toegestaan in onze spannende denksport. In lichte tijdnood bleek Raymon niet in staat de goede winstweg te bedenken. Helemaal niet vreemd, want hij had het beste van zichzelf natuurlijk al gegeven. Tragisch greep hij vervolgens mis, zodat zelfs zijn pluspion sneuvelde. Nog was het niet verloren, maar veelzeggend is dat ook omstanders niet langer lukte om een sluitende winstweg voor hem te ontdekken. Het werd erger. Visser kwam geheel met de schrik vrij en toonde nu zijn ware speelkracht. De rollen werden op dramatisch wijze omgedraaid. Dat was ook op de klok te zien, terwijl Raymon nog maar net twee minuten had, kon Visser senior er daar op een gegeven moment gemakkelijk tien tegenover stellen. Hij wist precies wat hij deed en ook hoe de overigens technisch nog behoorlijk ingewikkelde schaakklus geklaard moest worden. Zijn paard veranderde gaandeweg in een monster dat Raymon zijn loper volledig wist af te troeven. Visser creëerde zelf een pluspion. Raymon kon alleen nog maar vechten voor remise. Dat had er vlak daarvoor wellicht nog ingezeten, maar onze eerste bordspeler boog nederig het hoofd. Het werd uiteindelijk 3-1. De luchtbel van de bekerdroom spatte uiteen. Professor Árpád Emrick Élő had met zijn schaakkrachtformule weer eens gelijk gekregen. Voor iedereen er erg in had, was Raymon plotsklaps verdwenen. De overige drie matadoren bleven als laatsten nog wat natrillen met een biertje in het clublokaal, in het bijzondere besef dat ze er wel heel dicht bij hadden gezeten deze keer…
Niet te stuiten gaf ons voltallige bekerteam de volgende dag alweer acte de présence op het Eemsmondschaaktoernooi van DAC in Delfzijl, samen met maar liefst zes andere clubgenoten. Daar gebeurde het onvermijdelijke, ons dappere viertal begon opnieuw te dromen van een bekerfinale, maar nu over die van 2018. Daarover volgend jaar meer!

Sander Kletter